De manier waarop wij denken houdt de Corona-crisis en daarmee de tweedeling in stand.

En een verzoek aan Rutte en De Jonge vanuit hun eigen waarden, lef, moed en kwetsbaarheid het volk toe te spreken.[1]


Ik heb er de puf niet voor en zeker de zin niet in om alle persconferenties van Rutte en De Jonge te analyseren, maar ik vermoed dat het pakket maatregelen dat telkens op- en afgeschaald wordt, in de bijna twee jaar van de pandemie behoorlijk constant is: afstand, mondkapje, testen, vaccineren, elleboogniezen enzovoorts. Daarmee zouden we de crisis moeten bestrijden.


Er zullen meer mensen zijn die een déjà vu gevoel krijgen, een variant op de eindeloze herhaling van dagen in de film Groundhog Day, waarin een chagrijnige weerman gevangen is in een tijdslus, waar hij alleen maar uit kan komen als er iets wezenlijks in hem zelf verandert. Dat lukt, na vele herhalingen, ervaringen en het langzaam dagende inzicht dat hij van iets negatiefs zelf iets positiefs moet maken. Zijn ‘ontwaken’ doorbreekt de tijdslus en ‘ze leefden nog lang en gelukkig.’


Er is door de pandemie iets wezenlijks in onze realiteit veranderd, dat behoeft geen betoog, maar nu moet er ook nog iets wezenlijks in onszelf veranderen: de manier waarop wij naar onszelf, elkaar, de maatschappij en ziekte en gezondheid kijken en vormgeven aan de nieuwe realiteit. ‘Wij’, de regering en het OMT, bestrijden het virus met een aantal vaste sets aan maatregelen, binnen hetzelfde paradigma waarmee jarenlang naar virussen en de bestrijding daarvan is gekeken.



In de 19de eeuw raasde cholera-epidemieën door steden en vooral door achterstandswijken, met vele doden tot gevolg; mensen konden binnen een paar uur ziek worden en begraven zijn. In de eeuwen daarvoor hebben pest-, pokken- en mazelen-epidemieën de bevolking soms gedecimeerd, met grote maatschappelijke ontwrichting en daarmee fundamentele veranderingen tot gevolg. Zo concluderen historici dat door de Zwarte Dood, einde van de Middeleeuwen, de heersende klasse de boeren, lijfeigene en werklieden beter moesten behandelen, omdat er een tekort aan was. Epidemieën speelden ook een rol bij het versterken van de macht van regeringen eind 19de eeuw, om de ziektes, waaronder cholera-epidemieën, te kunnen bestrijden; een belangrijk argument in de protesten van nu tegen het Covid-beleid.


Ik kan en wil geen voorspellingen doen over de maatschappelijke gevolgen van de pandemie op lange termijn, maar ik verbaas me wel over de aanpak van de regering en het OMT op korte termijn: blijft de regering nog steeds de Corona-crisis met een hamer behandelen, terwijl er intussen een schroevendraaier of een waterpomptang nodig is? De geschiedenis van pandemieën leert dat die een aantal jaren aanhouden, om langzaam uit te doven door groepsimmuniteit, waarna de dodelijke ziekte overgaat in een ‘gangbare’ seizoensziekte waartegen we ingeënt kunnen worden of al immuun zijn.

We kunnen het virus niet ‘platslaan’, waar Rutte het vorig jaar over had, of bestrijden; we moeten niet tegen het virus vechten, maar met het virus leven en het integreren in ons leven.

Dat is de paradigma-verschuiving die nodig is, en in die verschuiving schuilen creatieve oplossingen om effectiever met Covid (en andere komende pandemieën) om te gaan.


“Als je blijft doen wat je altijd deed, blijf je krijgen wat je altijd kreeg.” Als ik een dagje speur op internet vind ik veel informatie over tekorten en capaciteiten van ziekenhuizen, IC's, huisartsen, zorghotels enzovoorts, zie de voetnoten onder dit artikel. Maar ik blijf ook met een groot gevoel van frustratie en machteloosheid zitten: hoe krijgen we in vredesnaam een gesprek met elkaar op gang over de nieuwe realiteit waarin we leven, zonder te eindigen met een schotwond in een ziekenhuis in Rotterdam? Hoe ontwikkelen we als samenleving een aansprekende visie, waarin menselijke waarden worden gecombineerd met persoonlijke en maatschappelijke veiligheid? Hoe geeft de regering daar leiding aan? Rutte is dan volgens de grondwet alleen de voorzitter van de ministerraad, energetisch, publicitair en systemisch is hij het gezicht van de regering van Nederland, in overdrachtelijke zin de leider van Nederland, waar men zich, wat je ook van hem vindt, positief of negatief, op richt.


Van een leider verwachten we concrete oplossingen op de korte termijn en visie op de lange termijn.

Geen visie in de zin van een dictaat, maar een op waarden gebaseerd inspirerend beeld van de toekomst, waarin voor iedereen in deze pluriforme maatschappij een plaats is en waar mensen zich voor willen inzetten omdat ze zich ermee verbonden voelen.

Mooie woorden, verbindend leiderschap met hart, hoofd en handen; ik hoor de cynicus al grinniken over zoveel idealisme en naïviteit. Maar wat als die visie er niet is, als we niet met breed gedragen waarden met elkaar bouwen aan onze toekomst in een nieuwe realiteit? (en als ik schrijf denk ik echt niet alleen aan Covid, maar ook aan CO2, klimaat, huisvestiging, toeslagen, vermogensongelijkheid enzovoorts). Als onze diepste waarden niet geleefd worden, liggen frustratie, agressie en geweld op de loer.